Ik verkeer in de luxe positie dat ik vanuit mijn huis gemakkelijk een rondje Carolinahoeve kan maken, misschien wel een van de meest bijzondere uitspanningen op de Veluwezoom die alleen te voet of met de fiets bereikbaar is. Waar vind je dat nog in Nederland? De hoeve heeft een roerige geschiedenis.
De Carolinahoeve werd in 1765 in opdracht van prinses Anna van Hannover, weduwe van stadhouder Willem IV, gebouwd aan een van de Koningswegen, verbindingswegen tussen de koninklijke jachtsloten en kastelen. In dit geval de weg van Hof te Dieren naar het jachthuis de Ginkel in Ede. Op de hoeve konden de paarden en ruiters uitrusten en de jachtbuit worden achtergelaten. Langzamerhand ontwikkelde het zich hierdoor ook als logement. Anna noemde de hoeve naar haar dochter Carolina van Oranje, vorstin van Nassau Weilburg, geboren in 1743.
Omstreeks 1900 was de boerderij verpacht aan drie broers en een zuster Pruis. De broers werkten op het land en in de bossen. Vrouw Pruis, zoals ze in De Steeg werd genoemd, zorgde voor de huishouding en verkocht toen pannenkoeken aan de schaarse wandelaars. De Carolinahoeve kwam in 1911 in handen van de Vereniging Natuurmonumenten en werd sinds 1922 verpacht aan de heer Dikker. Van 1978 tot 2020 werd de Carolinahoeve als pannenkoekenhuis beheerd door de familie Just de la Paisières. Tegenwoordig is de exploitatie in handen van Tineke de Haas en Maarten Jansen, met een geheel vernieuwd aanbod aan gerechten. De voormalige pannekoekenboerderij is gemoderniseerd en nu een hippe horeca met een groot terras aan weerszijden van de boerderij. De vooruitgang hè.... Toch is het aanzien van de hoeve in al die tijd ongeveer gelijk gebleven. En het is en blijft een prachtige open enclave midden in de Veluwezoomse bossen, waar op de velden vaak Schotse hooglanders staan te grazen.
In de zeventiger jaren hebben Simon Carmiggelt en Wim Kan hun nek uitgestoken om de boerderij annex uitspanning die toentertijd aan het wegkwijnen was weer nieuw leven in te blazen. Carmiggelt pleitte in de Kronkel 'Wat stilte' nog voor behoud van de 18e eeuwse sfeer die nu volledig verdwenen is. Groot voordeel van de huidige hoeve is dat de horeca alle dagen van de week overdag geopend is.
"Wie er van houdt zo nu en dan op de Veluwe wat stilte te tanken, kent de Carolinahoeve. Een midden in het woud gelegen boerderij die sinds het eind van de vorige eeuw bij wandelaars faam heeft verworven als ‘uitspanning’, waar op het erf of in enige prieeltjes thee gedronken en pannekoeken gegeten konden worden. (…) Mijn in deze hoek opgenomen beschrijving van de droeve toestand waarin de Carolinahoeve momenteel verkeert, leidde tot vele schriftelijke en telefonische reacties van mensen die er – net als ik – zulke goede herinneringen aan bewaren. (…) Is deze functionele idylle nu voor goed voorbij? Gelukkig niet. Er is namelijk een Stichting Carolinahoeve opgericht, die voortreffelijke voornemens heeft. Het nu zo deerlijk uitziende bouwwerk zal worden gerestaureerd, dat wil zeggen: het krijgt weer het aanzien dat het had in de achttiende eeuw. Dus geen sfeer bedervende moderniseringen, die de oude charme zouden vernietigen. De prieeltjes worden alleen hersteld, niet veranderd. De hoeve blijft, ook in de toekomst, een uitspanning voor wandelaars en geen pleisterplaats voor auto’s en bussen, zoals de Posbank. Door de wegen er naar toe niet te verbeteren, wil men de rust der midden in het wildpark gelegen ‘aardige zitjes’ bewaren. Wandelaars zullen er, net als vroeger, tot zonsondergang terecht kunnen. Voor de restauratie is geld nodig – u vermoedde het al. De overheid wil subsidie geven als blijkt, dat men op het behoud van de Carolinahoeve prijsstelt. Er zullen Participatiebewijzen van vijftien gulden worden uitgegeven voor mensen die dit doel willen steunen. (…) Wat koopt u er voor? Wat stilte – ver van het gewoel, in het bos, waar alleen sommige herten ’s nachts wel eens brutaal optreden."
Carmiggelt verwijst in dit stukje naar een ‘eerdere beschrijving van de droeve toestand’. Hij doelt op de melancholieke Kronkel ‘Verlaten’. “Na een uur te hebben gewandeld door het bos, waaraan de herfst al een beetje knaagt, komen we bij de Carolinahoeve. Een oude, eenzaam gelegen boerderij, met een lieve reputatie in het hele land. Kinderen kwamen er met hun ouders of hun schoolmeesters pannekoeken eten, die werden gebakken door meneer Dikker en zijn vrouw. Ze woonden er tientallen jaren. Maar een poos geleden zijn ze met de pannekoeken opgehouden en vertrokken naar de bevolkte wereld. Sindsdien staat de Carolinahoeve alleen. Hoe alleen, zien we als we er voor staan. (…) De ruiten zijn ingegooid, de deuren staan open en met alles wat binnen vernield kon worden, heeft men korte metten gemaakt. (…) Nog lang zitten we daar samen [op het terrras op twee overgebleven stoelen], zonder te spreken. Ook het bos schijnt zwijgzaam. Maar een Engelse schrijver noemde dat de onbekende taal der stilte.”




