Of Duivelssteen? En hiermee beginnen de verschillende interpretaties van dit bijzondere fenomeen in de Middachter bossen bij De Steeg. Ik was vanwege de hitte al vroeg op pad in het bos, op expeditie naar de vermaledijde steen. Dan woon je hier al bijna een halve eeuw op de Veluwezoom en heb je die steen nog nooit gezien. Mijn onderzoek naar een mogelijk nieuwe Carmiggelt-wandelroute bracht me via twee Kronkels over de steen uit het boekje 'Terug op Steeg' naar deze plek, die ik tot nu toe altijd links heb laten liggen. En ik weet nu wat ik gemist heb. Die steen zelf is misschien niet eens zo heel bijzonder, maar wél fascinerend zijn de verschillende versies van de legende of sage over deze duivel(s)steen. Het zijn er minstens vijf.
Carolinaberg. Het verhaal gaat dat de steen hier terecht is gekomen door werk van de duivel. Die stond op een dag op de Carolinaberg en zag dat ze in Doesburg een kerktoren aan het bouwen waren. Dat stond de duivel niet aan. Stoom kwam uit z’n oren en hij stormde richting IJssel. Hij werd pas écht boos toen hij zag hoever de Doesburgers al waren met hun kerktoren. Van woede begon hij te rennen en te rennen. Uiteindelijk vond hij aan de Oude IJssel bij Keppel een grote kei. Hij pakte die op en gooide die met al z’n kracht naar Doesburg, om de toren te verwoesten. Maar hij gooide mis en de enorme kei kwam hier terecht. De afdruk van een van de klauwen van de Duivel zit er nog in.
Montferland. Op de website van Erfgoed Rheden staat een variant die zegt dat de duivel op een heel andere plek – te ver weg - stond. “Zo huisde de duivel in de donkere bossen van Montferland en viel eens zijn oog op de hoogste kerk in deze omgeving, de Martinikerk van Doesburg. Grote woede welde in hem op. Hij pakte een grote kei en wierp deze naar de toren van deze kerk. Een enorme afstand en het miste dan ook zijn doel. De kei kwam even verderop op de hellingen bij De Steeg terecht, waar het nu nog ligt.”
Monnik. Een ander verhaal gaat over een vrome monnik die hier door het bos liep. Op de top van de heuvel bleef hij staan en prevelde zijn gebeden. Plotseling stond de duivel voor hem. Hij vroeg de monnik om zijn gebedenboek, maar toen deze weigerde viel de duivel hem aan. Ziedend van woede greep de duivel een steen en smeet deze in de richting van de monnik. Hij wist de steen te ontwijken, waarna de duivel met veel geraas in de heuvels verdween. De steen bleef hier liggen en ook deze legende vermeldt dat de pootafdruk van de duivel nog op de steen te zien is - als je tenminste goed kijkt.
Vruchtbaarheid. Een ander verhaal vertelt over een bosnimf die de steen betoverde. Vrouwen die niet zwanger kunnen worden moeten bij voorkeur bij volle maan een spijker in de steen slaan. Wanneer er daarna bloed uit de kei vloeit, dan wordt de vrouw zwanger.
IJstijd. En tenslotte de meest nuchtere interpretaie, maar toch wel weer met een addertje onder het gras of met het venijn in de staart. Het is een enorme granieten zwerfsteen, een van de zwerfkeien die op de Veluwezoom te vinden zijn, hier achtergelaten door gletsjers uit de laatste IJstijd, het Saalien. De steen die vaak wordt aangeduid als de Duivelsteen is eigenlijk een ander exemplaar met de naam ‘Offer- of Tafelsteen’. Kortom, kunt u er nog wijs uit?
Carmiggelt. Carmiggelt zou Carmiggelt niet zijn als hij de legende – althans een van de versies - niet op de hak genomen zou hebben. En dat hij doet hij tot twee keer toe, uiteraard in de vorm van een Kronkel. In de eerste Kronkel ‘Duivel’ borduurt hij voort op de versie van de duivel en de monnik. Carmiggelt maakt korte metten met de duivel door hem af te schilderen als een ‘watje’. Carmiggelt maakt niet alleen het verhaal over de duivel in de letterlijke zin van het woord ‘belachelijk’. Ondertussen krijgt het ‘officiële gidsje als partituur van het natuurschoon’ ook nog even een sneer. Aan het eind wordt gerefereerd aan het vruchtbaarheidsritueel met het bloed, maar dan zonder zwangerschap. In de tweede Kronkel ‘Spoken’ gaat Carmiggelt ’s avonds met zijn vrouw Tiny op zoek naar de steen, waar een unheimliche ontmoeting plaatsvindt. Carmiggelt geeft in deze Kronkel nét weer een andere draai aan het verhaal door te veronderstellen dat de monnik deed alsof hij dood was om daarmee de duivel een loer te draaien.
"Duivel. Een geliefd wandeldoel in de Gelderse bossen is de Duivelssteen, die op een heuveltje tussen de bomen ligt neergekwakt. Wie hier zó maar wat rondloopt zal er weinig bezienswaardigs aan vinden, maar zodra men het officiële gidsje als partituur van het natuurschoon bezigt, wint de steen aan betekenis. In de grijze oudheid – zo leest men namelijk – wandelde op die plaats een vrome monnik, die zijn gebeden las. Plotseling verscheen de duivel. (…) De monnik – zo gaat het verhaal verder – geraakte met de duivel in een twistgesprek. (…) Op een gegeven moment - lees ik – greep de duivel de steen en slingerde deze in de richting van de monnik. De monnik wist de steen, al vallende, te ontwijken. De duivel, vermoedelijk veronderstellende dat hij zijn tegenstander verpletterd had, verdween zoals hij gekomen was. (…) Indien u een stevige speld bij u hebt – zegt het gidsje – moet u eens trachten in deze steen te prikken: men beweert dat er dan bloed uit komt."
"Spoken. Het spookt in Ellecom. Dat las ik tenminste in de plaatselijke krant, toen ik onlangs met mijn vrouw een paar dagen in die buurt logeerde. De mensen in het dorp zijn er niet kapot van, want er worden bij een grote steen die op een heuvel in het bos ligt, telkens wéér onverklaarbare lichtstralen en bovennatuurlijke verschijningen waargenomen, zodat men er zicht maar bij heeft neergelegd. ‘Zullen we vanavond eens gaan kijken’, vroeg ik aan mij vrouw. ‘Wat eng’, vond ze. ’Maar ik ben toch bij je’, riep ik. ‘Ja, als er iets gruwelijks gebeurt weet ik tenminste wie er voor me uitholt’, zei ze. Maar we zijn toch gegaan, ’s avonds na het eten, want spoken schuwen het daglicht en onverklaarbare stralenbundels hebben een gaaf duister nodig om enig effect te sorteren. Een beetje lacherig van de wijn aan tafel, die de doorslag had gegeven bij onze besluitvorming, liepen we het bos in waar we de weg goed kennen omdat we hier veel hebben bewandeld. Overdag, wel te verstaan. (…) Het doel van onze late wandeling, die steen, is er in lang vervlogen eeuwen door Satan zelf neergeworpen. Het is niets bijzonders. In elk bos ligt er een, dus waarom niet in Ellecom? De legende wil dat een vrome monnik op de heuvel liep te brevieren, toen de duivel met usantiële bombarie verscheen en het gebedenboek opeiste. Dat wilde de monnik niet geven. (…) In elk geval werd Satan nog bozer dan hij reeds van nature is, greep een enorme steen en wierp die naar de vrome man. Hij werd niet geraakt, maar door zich meesterlijk simullerend op de grond te laten vallen fopte hij de prins der duisternis die voldaan naar de hel liep."




