Wandelingen in een gedeelte van Gelderland, of geschiedkundige en plaatsbeschrijvende beschouwing van de omstreken der stad Arnhem. Isaac Anne Nijhoff, Arnhem, 1820 (in 1828 vierde verbeterde en vermeerderde druk en een vijfde verbeterde druk in 1836). Link naar het boek.

Isaac Anne Nijhoff was uitgever, boekhandelaar, historicus en wandelaar. “Als boekhandelaar en uitgever had hij weldra een gevestigden naam; hij was een der eerste wetenschappelijke uitgevers in Nederland, in wiens fonds zoo goed als uitsluitend belangrijke werken werden opgenomen. Naast zijn boekhandel verkreeg hij al spoedig andere werkzaamheden; reeds den 6. Aug. 1816 werd hij aangesteld tot opzichter van het oud-archief van Gelderland; later werd hem de titel van provinciaal archivaris geschonken. Als archivaris heeft hij zeer veel gearbeid; talrijk zijn de door hem bewerkte inventarissen. Van evenveel beteekenis is zijn werk als historicus.” Uit: Nieuw Nederlands biografisch woordenboek, deel 2. (1)

Uitgever Nijhoff kreeg het verzoek of hij een topografische kaart van Arnhem met bezienswaardigheden en wandelpaden wilde maken. Dat bracht hem op het idee om zelf een ‘gids met wandelingen’ bij de kaart te schrijven. “De uitgever van dit werkje werd, sedert veel jaren, van onderscheiden kanten aangezocht, om, ten behoeve van deze, eene topografische kaart van de omstreken van Arnhem het licht te doen zien, op welke die buitenverblijven, de verschillende beplantingen, de hoogten en laagten, de bosschen en velden, en de voornaamste wegen zouden aangewezen zijn. (…) Het is de uitgave van deze kaart , welke mij ook tot het zamenstellen van het tegenwoordige werkje aanleiding gaf, daar ik meende, dat de vreemdeling, bij het doorwandelen dezer streek, om het genot zijner wandelingen veelvuldig verhoogd te zien, bestendig eenen wel onderrigten gids behoefde, die hem van de tegenwoordige, zoowel als van de vorige, gesteldheid der verschillende plaatsen, welke hij wenschte te bezoeken, meer wist te zeggen, dan waartoe eene landkaart naar haren aard bestemd kan zijn: ik stelde mij alzoo voor, de tegenwoordige gesteldheid van dezen omtrek te beschrijven, met bijzondere aanwijzing van de fraaiste gezigtpunten, van de bevalligste partijen, van de meest aanlokkende wandelingen, en doormengd met geschiedkundige bijzonderheden, op de verschillende plaatsen betrekkelijk.” De kaart kwam er en de gids ook.

Het is een prachtige kaart van Arnhem en omstreeken uit 1821, feitelijk de hele Zuidelijke Veluwezoom tussen Wageningen Dieren, getekend in 1821 door ingenieur Dibbets. De publicatie van deze kaart vormde de aanleiding tot een van de eerste wandelgidsen in Nederland van Isaac Anne Nijhoff, 'Wandelingen in een gedeelte van Gelderland, of geschiedkundige en plaatsbeschrijvende beschouwing van de omstreken der stad Arnhem', eerste druk uit 1820.

Een jaar later schreef Nijhoff opnieuw een wandelgids, nu over de Geldersche Arkadia, de landgoederen Biljoen en Beekhuizen bij Velp. Beide boeken werden vroeg 19e eeuwse bestsellers. Diverse herdrukken verschenen tussen 1820 en 1830. En ook nu zijn de gidsen nog steeds verkrijgbaar bij het antiquariaat of worden ze als facsimile uitgave opnieuw op de markt gebracht. Het zijn boeken waar door de toeristenindustrie graag uit geciteerd mag worden om te laten zien hoe mooi het aan de rand van de Veluwezoom is, zoals op de website www.visitarnhem.nl. “De naam Gelders Arcadië is geïnspireerd op de publicatie van de Arnhemse schrijver Isaac Anne Nijhoff (1795-1863), Geldersch Arkadia of Wandeling over Biljoen en Beekhuizen (eerste druk 1820). Met zijn wandelingen door de omstreken van Arnhem in gedachten schreef Nijhoff in 1820 over het grote aantal landgoederen en buitenplaatsen, die ‘in uitgestrektheid en fraaien aanleg, alle anderen in dit rijk verre overtreffen’.” (2)

 De ‘Wandelingen’ opent met een algemene inleiding over de Veluwezoom, over de luchtstreek, de bodemgesteldheid, de verschillende soorten bomen, de verbouwing van gewassen, de kenmerken van de bevolking, de beroepen, de zedelijke gesteldheid en over de vele buitenplaatsen en landgoederen.

Begin 19e eeuw is het voor de wandelaar nog uiterst gemakkelijk om deze prachtige landgoederen te bezoeken. Je hoeft maar een van de drie hoofdwegen te volgen die door het gebied lopen. De weg is voor de wandelaar. “Aan, of ter zijde langs, drie verschillende wegen, welke door Veluwenzoom loopen en te Arnhem zamen komen, zijn de meeste dezer landgoederen gelegen; zij zij zijn bekend onder den naam van de Utrechtsche, de Amsterdamsche en de Zutfensche weg. Om bij de afzonderlijke beschouwing der verschillende meest belangrijke plaatsen op eene geregelde wijze te werk te gaan, zullen wij die naar derzelver ligging langs deze drie wegen behandelen, waartoe wij ons echter hier en daar van de hoofdwegen zullen moeten verwijderen, om naderhand niet genoodzaakt te zijn, naar sommige plaatsen langs eenen grooten omweg terug te keeren. Vooraf echter nog zoo veel en zoo weinig van de stad Arnhem zelve en haren allernaasten omtrek, als voor vreemdelingen eenigzins belangrijk kan zijn.”

Na een uitvoerige beschrijving van de stad Arnhem volgt de ‘Eerste wandeling langs den Utrechtschen Weg, van Arnhem naar Wageningen.’ De route gaat via Oosterbeek, Wolfheze, Doorwerth, Renkum en Heelsum naar Wageingen. Nijhoff geeft veel historische achtergrondinformatie over de omgeving en weinig technische route-aanduidigen. De wandelaar wordt wel aangespoord om zo nu en dan van de hoofdweg af te wijken door de stuwwal te beklimmen, bijvoorbeeld naar het landgoed Duno om daar boven te genieten van het panorama over het Rijndal, tot ver in de Betuwe. Op het tweede tochtje worden we “tot op een uur afstands van Arnhem” langs de Amsterdamse Weg meegenomen langs de buitens Sterrenburg, Heijenoord, Lichtenbeek, Laagerf, Warnsborn, Bakenberg, Waterberg, Zijpendaal en Sonsbeek. De derde route brengt de lezer/wandelaar langs de Zutfensche Weg van Arnhem naar Dieren. We passeren de landgoederen Rennen-Enk, Klarenbeek, Monninkhuizen, Angerenstein, Presikhaaf, Larestein, Daalhuizen, Rozendaal, Overbeek, Biljoen, Beekhuizen, Heuven, Herikhuizen, Reederood en Middachten en we krijgen alles te weten over de geschiedenis van de buitens, kastelen en hun al dan niet adellijke bewoners. Nijhoff besluit zijn wandelgids alsvolgt “Mogt, tot betere kennis van de schoonheden dezer streken, ook dit werkje iets bijdragen; mogt het, terwijl het oog rust op onze heuvelen en dalen, eenig aangenaam voedsel geven aan den geest, en alzoo het genoegen verhoogen en veredelen, hetwelk de vlugtige, door geenen gids geleide, beschouwer slechts ten deele kan genieten!” Hier spreekt de didacticus die vindt dat je pas écht van de schoonheid van je omgeving kunt genieten, als je weet waar het over gaat. Kennis is de voorwaarde voor esthetisch genot. (2)

 1.     Zie ook Biografische Woordenboek Gelderland. “Als hoofdtrek van de boekhandelaar-uitgever, archivaris-geschiedschrijver Is. An. Nijhoff wordt in een van de kort na zijn dood verschenen herdenkingen de “onvermoeide arbeidzaamheid” genoemd. Deze tomeloze werklust ging gepaard met ongeveinsde liefde voor de natuur en ontvankelijkheid voor natuurschoon; de tijdens allerlei wandelingen en excursies opgedane indrukken van de schitterende, arcadische omgeving van Arnhem vonden hun neerslag in gepubliceerde en (sinds 1820) liefst viermaal herdrukte Wandelingen en beschrijvingen van een (sinds 1820 tweemaal herdrukt) Geldersch Arkadia, waarin de auteur de lezer laat delen in de geneugten van door de natuur geboden schoonheid.”  

2.     Voor een goed overzicht zie ‘De sociale geografie van het buitenplaatslandschap Gelders  Arcadië’ van E. Storms-Smeets, 2021

3.     In de vierde herdruk van de ‘Wandelingen in een gedeelte van Gelderland’ zien we wel veel correcties. “Het verleggen van wegen, het uitbreiden van den aanleg van sommige plaatsen, het veranderen en verfraaijen van velen, maakte, hier en daar, verscheiden bijvoegsels en zelfs eene geheele omwerking noodzakelijk.” Niets is veranderlijker dan de ruimtelijke ordening.


Geldersch Arkadia, of wandeling over Biljoen en Beekhuizen. Isaac Anne Nijhoff, 1821, Paulus Nijhoff, Arnhem (derde druk in 1825). Link naar het boek.

Een relatief dun boekje van 52 pagina’s, waarvan de beschrijving van de wandeling over de landgoederen Biljoen en Beekhuizen ongeveer de helft beslaat en de overige pagina’s bestaan uit een aanhangsel en bijlagen. De auteur Isaac Anne Nijhoff vraagt zich af waarom er zoveel mooie landgoederen liggen rondom Arnhem. Hij geeft drie redenen: het heuvelachtige karakter van het landschap, de vele beekjes die hier stromen en de grond die ervoor zorgt dat de natuur hard groeit. Maar vanuit het huidige perspectief is het ook belangrijk om je te beseffen deze twee landgoederen opengesteld zijn in een tijd dat dat nog helemaal niet zo gewoon was. Vaak waren laandgoederen en buitenplaatsen helemaal niet open voor publiek, soms alleen onder voorwaarden toegankelijk tegen betaling met een dagkaartje. Opvallend is ook dat Nijhoff vermeldt dat toentertijd, we schrijven 1825, al honderden mensen hier naartoe kwamen om te genieten van de mooie omgeving, om een wandeling te maken. Wat voor soort mensen waren dat? Was dat de elite of de gegoede burgerij en hoe wandelden ze?

Evenals in het hiervoor besproken boek over de wandelingen langs de rand van de Veluwezoom is de beschrijving van de wandeling over de landgoederen Biljoen en Beekhuizen vooral gericht op de historische achtergronden en bedoeld om te laten zien hoe mooi en indrukwekkende de natuur is. De route-aanduidingen zijn hier, evenals in de ‘Wandelingen in een gedeelte van Gelderland’ summier en bepaald niet nauwkeurig. (3) Nijhoff laat alle vrijheid aan de wandelaar, hij doet suggesties en geeft opties om het gebied te verkennen. “Uit dit dal of ook (wanneer men hetzelve niet bezoekt) van de hoogte des bergs, kan men zich nu, eene laan zijwaarts inslaande, altijd langs lommerrijke paden, naar Beekhuizen begeven. Men kan ook de bekoorlijke slingerpaden volgen, met welke al deze hoogten op derzelver afhellenden grond als doorsneden zijn; dezelve leveren op nieuw de bekoorlijkste uitzigten op over bosschen en velden, tegen de fraai beplante bergen en over de bevallige door den IJssel doorkronkelde vlakte.” (…) Maar wil men de wandeling over deze bergen vooreerst dáárlaten, en liever dadelijk, na de brug, de Lammerenbrug genoemd, overgegaan te zijn, door de laagte, langs de beek, in Beekhuizen dringen…”

De verschillen die we tot nu toe gezien hebben bij de eerste ‘wandelgidsen’ spelen ook nu nog steeds een rol. De ene gids is nét een omgevallen boekenkast en besteedt slechts summier aandacht aan de praktische informatie. De andere gids werkt alleen met korte informatieblokjes of zelfs enkel met ‘point of interests’ en is juist zeer uitvoerig met de technische routebeschrijving en overige praktische informatie. De ene wandelaar leest graag van te voren in zijn leunstoel over de historische achtergronden of over de natuur alvorens op pad  te gaan. De andere wandelaar wil lopen, heeft geen behoefte aan de uitvoerige toelichtingen, heeft genoeg aan een duidelijk startpunt, informatie over openbaar vervoer en horeca onderweg en een kwalitatief goede wandelkaart.

(4) In tegenstelling tot de ‘wandelgids’ over Nijmegen, zoals we die besproken hebben in de blog over ‘Het Geldersch Lustoord’.