Eerste ‘wandelgidsen’ met voetwandelingen

Een voorlopig laatste blog over de ’eerste wandelgidsen’. Met ‘voetwandelingen’, een wonderlijk woord dat ik in een van de onderhavige teksten tegenkwam en een heerlijk pleonasme dat niet verloren mag gaan. Deze keer schrijven we over de bekende dominee Heldring in samenwerking met Graadt Jonckers en Haasloop Werner, over mr. Engelen, G.C. Haakman en dominee C.E. van Koetsveld.

Je doet onderzoek en je rolt van het een in het ander: het bekende sneeuwbaleffect. Daarom hier nog een korte bespreking van enkele boeken die binnen dit thema passen. Ik realiseer me maar al te goed dat dit geen uitputtend onderzoek is, dus er zullen best nog meer relevante oude, antiquarische ‘wandelgidsen’ opduiken of te vinden zijn.

Soms is het moeilijk te bepalen of het wel een 'wandelgids' is. Misschien eerder een reisgids of een hybride wandelreisgids? Genres afbakenen en definiëren is lastig en misschien ook helemaal niet nodig. We doen een poging om duidelijker te maken wat we bedoelen. Een wandelgids is een wandelgids, wanneer er, hoe primitief dan ook, afzonderlijke wandelingen worden beschreven en besproken die minder of meer precies nagevolgd, gelopen en in kaart gebracht kunnen worden.

Wellicht inspireren mijn blogs over dit onderwerp tot verder onderzoek op dit pad. Opvallend in deze serie was in ieder geval dat veel premature wandelgidsen over regio’s in Gelderland gingen. Toeval of niet? Ben ik als Veluwnaar vooringenomen?           


De Veluwe. Eene Wandeling van O. G. Helding en R.H. Graadt Jonckers, Arnhem, Thieme, 1841

https://www.google.nl/books/edition/De_Veluwe/vYtOAAAAcAAJ?hl=nl&gbpv=0

 


Wandelingen over de Veluwe, van Heldring, predikant te Hemmen en G. Haasloop Werner, gepens. Kapit., te Elburg. Arnhem, Thieme, 1845.

https://www.google.nl/books/edition/Wandelingen_over_de_Veluwe_etc/K5phAAAAcAAJ?hl=nl&gbpv=0

Twee boeken over wandelingen op de Veluwe. De naam van Heldring is in relatie tot het dorp Hoenderloo alom bekend, minder bekend zijn de namen van zijn mede-auteurs. Hij schreef het boek 'De Veluwe Eene Wandeling' in samenwerking met Graadt Jonckers (een collega-dominee uit de Betuwe), gepubliceerd in 1841. Na een inleiding over de geschiedenis van de Veluwe en een hoofdstukje over het reisplan volgen 38 hoofdstukken over de verschillende wandelingen en een narede. In deze narede reflecteert Heldring op de moderne tijd, waarin de eerste veranderingen in het vervoer in gang gezet worden. Hij houdt in 1841 al een pleidooi voor het 'trage bewegen', voor het voetpad. “Het zijn nu straatwegen, kanalen en eerlang spoorwegen, die het anders zoo eenzame land doorsnijden. Maar in het midden dezer beweging zij het dan ook den armen voetreiziger vergund, zijne schreden te rigten, zoo als hij begeert, noch den maatstaf der heisporen, noch dien der klinkerwegen, noch dien der spoorwegen volgende, maar vrij zoo als zijn eenzaam voetpad loopt, en zijn oog de tooneelen aanschouwt.” p.251

In 1845 maakte Heldring, nu samen met Haasloop Werner een volgend boek 'Wandelingen over de Veluwe', dat vreemd genoeg in de secundaire literatuur nauwelijks terug te vinden is. In beide boeken wordt heel wat afgewandeld. Toch zijn deze boeken wat mij betreft twijfelgevallen, passen misschien beter in de categorie van hybride ‘resiwandelboeken’.  

Het Levensbericht van Heinrich Gottfried Haasloop Werner in het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde uit 1865 verhaalt over de wandelingen van Heldring met Haasloop Werner (gepensioneerd militair). “Immers toen Ds. Heldring na lang zwoegen eindelijk water had gekregen te Hoenderloo en er ook eene school wilde stichten, achtten beide philanthropen wandelingen over de Veluwe niet te vermoeiend om dit plan te bevorderen. Toen Kist en Roijaards bezig waren aan het reuzenwerk, Archief voor Kerkgeschiedenis, nam Haasloop op nieuw den wandelstaf in de hand, om met pen en teekenstift gewapend, de kerken op de Veluwe een bezoek te brengen, welke wandelingen reeds waren voorafgegaan door een uitstapje van Kampen naar Arnhem, waarop hij zich ook als een trouw kerkbezoeker heeft doen kennen. Maar veel meer dan door deze en zoo vele andere pennevruchten, als er van hem zijn opgenomen in den Gelderschen Volksalmanak, in het Nederlandsch Magazijn, enz.”

Haasloop Werner wandelde vaker over de Noord-Veluwe en hij publiceerde over die wandelingen in de Geldersche Volksalmanak. “De meest bekende wandelaars waren de Elburgse gepensioneerde militair H.G. Haasloop Werner en de doopsgezinde predikant J. Craandijk uit Haarlem. De eerste trok gewapend met notitieboek en tekenblok op stap. Zijn aandacht ging onder meer uit naar de geschiedenis, het landschap en de gebruiken van de bewoners van de streek die hij bezocht. Nu was het wandelen in zijn tijd door het Veluwse landschap niet zo eenvoudig. De heide- en zandvlakten waren eindeloos en moeilijk te belopen. In de ‘Geldersche Volks-Almanak’ van 1844 beschrijft hij een wandeling van Elburg naar Hattem en via de Woldbergen naar Oldebroek, Doornspijk en Nunspeet terug naar zijn woonplaats Elburg. Hij vertelde over de talrijke kudden schapen, de lammeren en hun herders met hun honden. (…)  In de almanak van 1851 beschreef Haasloop Werner een wandeling via Vierhouten, Elspeet, Staverden, Leuvenum, Leuvenum, Ermelo via Hulshorst naar Nunspeet. Er werd de lezer een blik op het landschap en de dorpen gegeven. Terwijl er ook aandacht geschonken werd aan de daar heersende volksgebruiken.” https://www.nuwenspete.nl/wandelen-op-de-veluwe-rond-1870/

  

Wandelingen door Gelderland en aangrenzende Noord-Brabandsche, Limburgsche en Pruisische gewesten. Mr. A.W. Engelen, 1847

https://www.google.nl/books/edition/Wandelingen_door_Gelderland_en_aangrenze/6AVVAAAAcAAJ?hl=nl&gbpv=0

 

Mr. Adriaan Walraven Engelen (1804-1890) was kantonrechter en letterkundige. Het vuistdikke boek van 331 bladzijden uit 1847 bestaat uit een combinatie van landschapsbeschrijvingen met uitgebreide verhalen over de vroege Gelderse geschiedenis.

“Ik begin meer en meer het gevoelen van den grooten Frederik aan te kleven, toen hij beweerde, dat de mensch niet zoozeer voor geleerde als voor postiljon in de wieg gelegd is. En schoon ik niet geheel kan instemmen met een bekend Fransch schrijver, wanneer hij verklaart, niet dan hoogst ongaarne op dezelfde plaats ter ruste te gaan, waar hij des morgens opgestaan is, zoo wil ik toch niet ontkennen, dat het tot mijne meest geliefkoosde uitspanningen behoort, met mij zelven de proef te nemen van die eigenschap der ligchamen, waaraan de natuurkundigen den naam van beweegbaarheid geven. Geen wonder dus, dat ik zoo buiten als binnen 's lands vrij uitgestrekte wandeltogten gemaakt heb; ja, dat wat ons vaderland betreft welligt geen plekje, hoe afgelegen ook, kan gevonden worden, waar mijne omzwervingen mij niet henen gevoerd hebben.”  

Was mr. Engelen een van de eerste langeafstandswandelaars of was hij een extreme wandelaar? Al eerder schreef hij een boek over wandelingen vanuit Brussel en later piuibliceerde hij nog een wandelboek. Geen minutieuze aanduidingen over de route, maar de wegen waren in die tijd nog simpel. Zie ook de kaart van 1850 hieronder. Er valt in die tijd nog niet veel te kiezen van Apeldoorn-Arnhem-Nijmegen-Kleve-Goch-Geldern-Venlo-Roermond enz.  

Maar Engelen was ook een eigenwijze wandelaar die liever koos voor ongebaande paden. “Met uitzondering van enkele streken, waarover engelen daarenboven in vergelijking slechts kort handelt, heeft hij zich op zijne wandelingen vooral zulke plaatsen uitgekozen, die minder algemeen door den grooten stroom van reizigers in Gelderland worden bezocht. Menigeen zal daardoor den wandelaar volgen in oorden, die hij niet der moeite waardig had gerekend op te zoeken, en die toch misschien in eenvoudig landelijk schoon niet behoeven onder te doen voor plaatsen, die den algemeenen roem van schoonheid als bij uitsluiting bezitten.” In: Vaderlandsche Letteroefeningen, jaargang 1847 (1)


G.C. Haakman, Rhenen en Omstreken, 1748

https://www.google.nl/books/edition/Rhenen_en_omstreken/et5OAAAAcAAJ?hl=nl&gbpv=0

 

Een dikke turf van ruim 300 pagina’s, met op p. 131 tot p. 263 zes wandelingen rond Rhenen. Haakman (Gerrit Cornelis), geboren 27 november 1782, te Amsterdam, waar hij in drogerijen handelde, later zijne zaak aan kant deed en zich te Rhenen vestigde. Hij overleed daar 27 september 1866. “Zoo hebben wij dan onze voorgenomene taak volbragt, en den lezer met de voornaamste en fraaiste wandelingen, die om de stad Rhenen gevonden worden, bekend gemaakt.”

In de Vaderlandsche letteroefeningen, jaargang 1847 wordt het boek alsvolgt besproken. “Van bl. 131 tot 263 leidt de Schrijver, in een zestal wandelingen, den lezer rond in den bekoorlijken omtrek der stad en van de in hare nabijheid gelegene Grebbe; terwijl de gekozen vorm hem de welkome gelegenheid aanbiedt, om, in eene geregelde orde, de beminnaars van schoone natuurtooneelen met de nabijgelegene of meer verwijderde omstreken bekend te maken. Referent heeft den Schrijver met genoegen op deze wandelingen vergezeld, en deze betuiging moge bij anderen tot aanbeveling verstrekken. Het beschrijven van natuurtooneelen, die in eene bepaalde ruimte vallen op te merken, geeft alligt, bij eenige uitbreiding, aan de beschrijving iets eentoonigs, en moeijelijk is het dit te ontwijken, omdat men gedurig dezelfde grondkleuren voor de schilderij, die men vervaardigen wil, aantreft. Hier dwalen wij rond langs eenen hooggelegen grond, elders dalen wij af naar lagere streken, en het geheele terrein biedt ons eene gedurige afwisseling van heuvelen en dalen aan, slechts nu en dan door een gezigt op den Rijn-stroom en de vruchtbare Betuwe afgewisseld. Intusschen leert men den Schrijver als een ijverig wandelaar kennen, geheel te huis op de plek, waar hij zich beweegt, en dat te huis zijn, die bekendheid met alles geeft aan zijne beschrijvingen de aangename tint der afwisseling, die, in plaats van te vermoeijen, onze aandacht bestendig bezig houdt.”


Een voetreis 100 jaar geleden, gedaan en beschreven door wijlen ds. C.E. van Koetsveld, uitgave ANWB, 1928.

https://www.dbnl.org/tekst/koet013voet01_01/koet013voet01_01_0001.php

Als afsluiter van deze serie vroege wandelgidsen uit de eerste helft van de 19e eeuw een bespreking van de voetreis van dominee Koetsveld van Rotterdam naar Maastricht, de Ardennen, Brussel en via Antwerpen weer terug naar Rotterdam. Nog zo’n extreme wandelaar? Het boek uit 1828 werd na 100 jaar in 1928 door de ANWB heruitgegeven.

“Toen eenigen tijd geleden een kleinzoon van den reeds voor vijf-en-dertig jaren overleden predikant aan de Redactie van het officieele orgaan van den „Toeristenbond voor Nederland", het weekblad „De Kampioen", ter lezing aanbood de vergeelde aanteekeningen van zijn grootvader, met de beschrijving van een, juist honderd jaar geleden door dezen gemaakten studentikozen wandeltocht, aanvangende in Van Koetsveld's geboortestad Rotterdam en zich uitstrekkende tot de Zuid-Nederlandsche bergachtige Ardennen, om over Brussel en Antwerpen tveer naar de oude Maasstad terug to stappen, als frissche en verre vacantie-ontspanning van een twintigjarige muzenzonen, lazen wij die oude tochtbeschrijving met klimmende belangstelling. “Ja, dat was het goede, gezonde, ware toerismer Zichzelf verplaatsen — ik zonder een gedeelte van den tocht uit, per trekschuit en diligence afgelegd — door het mooie landschapr Niet bang voor wat inspanning of vermoeienist Genietend van de pralende natuur rondomf Opmerkend het vele aantrekkelijke en merkwaardige wat den wandelaar, dank zij z'n rustig, niethaastend, bezadigd tempo, onderweg boeiti En met fijn gevoel voor mensch en ding, met jeugdigen spot en humoristischen schrijftrant weergevend de vele en wisselende indrukken, welke zijn levendige aandacht trokken en vasthielden! Zonder ons lang te beraden verzochten we toestemming, dezen unieken wandeltocht voor honderd jaar in ons toeristen-orgaan te mogen opnemen. En het verhaal—met juist begrip van tijd en plaats, met vaardige fantasie en talent door onzen illustrator Menno van Meeteren Brouwer van een aantal alleraardigste penteekeningen voorzien viel zodzeer in den smaak onzer „Kampioen"-lezers, dat wij meenden gevolg te moeten geven aan het, van velerlei zijden tot de Redactie gerichte verzoek, na het verschijnen van „EEN VOETREIS 100 JAAR GELEDEN" als vervolg-verhaal in „De Kampioen", daarvan te maken een afzonderlijke uitgave. In den vorm van een gezellig wandel-boekje ligt dan Ds. van Koetsveld's vroegere beschrijving voor ons.”

Een groter contrast is bijna niet denkbaar tussen deze vroege ‘wandelgidsen’ en de huidige wandelgidsen, anno 2026. Waar de proto-wandelgidsen vrijwel zonder uitzondering op ’omgevallen boekenkasten’ lijken, met eindeloos veel historische feitjes en weetjes over wat je zo onderweg allemaal aan interessante gebouwen met hun al even interessante families tegenkomt. De huidige, moderne wandelgidsen zijn naast praktische informatie over kant-en-klare routes en kaarten met ingetekende wandelingen steeds meer gericht op ondersteunend beeldmateriaal. De beeldcultuur is soms overheersend geworden. Teksten moeten in kleine brokken behapbaar zijn, het liefst in de vorm van een point of interest, een bezienswaardigheid of kijkpunt, maar dan wel gelardeerd met sprekende foto’s.   

(1)  Zie ook het boeiende artikel van Wim Huijser, ‘Landgoed De Mellard’, In de Betuwse voetsporen van A.W. Engelen’ in tijdschrift Parelduiker, 2011, nummer 2. “Na zijn studie vestigt Adriaan zich in Arnhem bij zijn nog ongehuwde zussen. Hij verblijft ook veel bij Arnold, die als rijksontvanger in het Betuwse IJzendoorn woont en daar getrouwd is met de dochter van de burgemeester. In die tijd begint Adriaan Engelen met zijn wandelingen, die zich over het hele land uitstrekken. In zijn studentenjaren was hij gaan wandelen door Oost-Friesland, onder andere om zijn zwaarlijvigheid tegen te gaan, waarvoor hij al op jonge leeftijd aanleg heeft. Hij verblijft het liefst alleen in de natuur en geeft zich daar over aan het rijk van zijn verbeelding. (…) In 1837 verschijnen zijn Wandelingen door Brussel en een gedeelte van België in 1836. Kort daarop begint hij vanuit Elburg met wandelingen door Gelderland…” https://parelduiker.nl/dbnl/wim-huijserlandgoed-de-mellardin-de-betuwse-voetsporen-van-a-w-engelen/