Soms heb je voorkennis nodig om een landschap goed te kunnen lezen. Zoals met de Koepel van Viruly in de Onzalige Bossen van de Veluwezoom bij De Steeg. De naam is op oudere topografische kaarten nog wel te vinden, maar in het bos loop je er zo aan voorbij. Een onbeduidend smal paadje leidt naar een plek die vanaf het hoofdpad niet opvalt als iets bijzonders. De voormalige koepel ligt verstopt tussen de bomen op een kleine heuvel die je via houten treden beklimt. Die heuvel lijkt opgeworpen om de koepel nog niet iets verder omhoog te tillen, zodat het uitzicht optimaal was op een hoogte van ca. 80 meter boven NAP. Dat kun je je nu haast niet meer voorstellen, want je staat midden in een groot bos. Maar in 1860 toen de houten koepel, waarvan nu alleen nog maar de fundamenten te zien zijn, gebouwd werd zag het er hier heel anders uit. Geen of nauwelijks geen bomen met een panorama tot ver in de wijde omgeving tot aan het Montferland aan toe. Ook de bekende wandelende dominee Jacobus Craandijk jubelde over het fantastische uitzicht. “Langs heidevelden en dennen, berken en sparren, hakhout en beuken, met heerlijke vergezigten op de bosschen van Rhederoord en in diepe valleijen, of op golvende vlakten, waar boven de Zutfensche toren uitkomt tegen de blaauwe bergen in 't verschiet, loopt de grintweg naar ‘den koepel van Viruly’, een der teregt vermaarde punten in deze landstreek. Wat rijk en heerlijk panorama! Op den voorgrond de bosschen met hun tinten van grijs en geel en ligt groen, daarachter de heide, purper en bruin, met witte zandduinen en groene korenvelden, verder in de houtrijke vlakte, door de zon verlicht, tal van torens - Deventer, Zutfen, Brummen, Doesburg, Doetinchem, de molens en torens van Didam, het groote kasteel van Enghuizen, de blinkend witte muren van Bingerden. Welk een ruim en bloeijend landschap overzien wij van deze hoogte aan den zoom van het bosch!” in: Wandelingen door Nederland met pen en potlood, deel 7, 1847, pagina 60. De tweede helft van de negentiende eeuw was de periode dat de Veluwezoom steeds meer betekenis kreeg voor de toeristenindustrie, mede door een betere bereikbaarheid met tram en trein. Toeristenfolders lokten de wandelaars naar plekken zoals de Koepel van Viruly en de Duivelsteen, waar ik al eerder een artikel aan wijdde. Op het wereldwijdeweb is in het Gelders Archief veel beeldmateriaal te vinden van anscihtkaarten met beeld van wandelaars en jagers bij de koepel. De koepel werd gebouwd in opdracht van Theodorus Pieter Viruly. Viruly werd in 1822 te Rotterdam geboren als zoon van Michiel Viruly, heer van Vuren en Dalem, steenbakker en glasfabrikant en van Johanna Catharina Matthijssen. Hij was ondernemer, liberaal politicus en grootgrondbezitter met landerijen in De Steeg. Viruly kocht grote delen van de Onzalige Bossen op. In eerste instantie was de koepel bedoeld als observatiepunt om wild te spotten, voor de jacht dus. Op sommige ansichtkaarten zijn de jagers duidelijk aanwezig. Pas later werd het vooral vermaard uitzichtspunt en wandeldoel. De uitkijkfunctie is rond 1920 zo goed als verdwenen, omdat opgroeiend eikehout niet meer gekapt werd en doorgroeide tot bos. De koepel werd door de nieuwe eigenaar Natuurmonumenten niet meer onderhouden en de resten van het gebouwtje zijn uiteindelijk in 1970 afgebroken. Op de stenen funderingen van de koepel is in het midden een bankje neergezet. Het is een prachtige plek om uit te rusten en om je heen te kijken. Het is ook een plek die het verdient om toegelicht te worden, om beter zichtbaar te worden als cultureel erfgoed, om beter leesbaar te worden in het landschap. Dat kan ook op een eenvoudige manier, door bij het zijpad naar de heuvel een paaltje of een handwijzer neer te zetten met een verwijzing naar de Koepel van Viruly en/of door op de heuvel bij de fundering en het bankje een informatiepaneel te plaatsen met een korte tekst en oude ansichtkaarten.